Hoeveel bandbreedte heeft een pinautomaat op een evenement nodig?

Het antwoord verrast de meeste organisatoren: bijna niets. En toch is 'de pin doet het niet' het probleem dat op een druk terrein het vaakst voorkomt. Hieronder waar het dan werkelijk op vastloopt.

Eerst het getal

Een pintransactie is een paar berichtjes van enkele kilobytes. Zet twintig betaalpunten neer die elk zestig keer per uur pinnen, en je zit voor het betaalverkeer zelf nog steeds ruim onder één megabit per seconde.

Bandbreedte is dus vrijwel nooit het probleem. Wie op een terrein een dikkere internetverbinding regelt in de hoop dat het pinnen daarmee beter gaat, lost iets op wat niet stuk was.

Waar het wel op stuk loopt

Drukte in de lucht. Een terrein met duizenden bezoekers is een terrein met duizenden telefoons die allemaal om zich heen roepen. De 2,4 GHz-band, waar veel goedkope betaalapparatuur op werkt, heeft maar drie kanalen die elkaar niet overlappen. Die zitten om vier uur 's middags vol.

Daarnaast: betaalapparatuur die op hetzelfde netwerk hangt als het publiek, mobiel internet dat dichtslibt op precies het moment dat je het nodig hebt, een verlengkabel die eruit geschopt wordt, en een accu die op het drukste moment leeg is.

Het gaat om reactietijd, niet om snelheid

Een transactie moet binnen een paar seconden rond zijn. Duurt het tien seconden, dan groeit de rij bij de bar sneller dan de bar hem kan wegwerken, en dan is de conclusie van je barpersoneel dat 'het netwerk traag is'.

Wat die seconden bepaalt, is niet de snelheid van de verbinding maar de kwaliteit ervan: hoe lang een pakketje erover doet en of het aankomt. Een paar procent verlies op een verzadigde WiFi-band voelt aan de kassa als een apparaat dat hapert, ook al staat je internetmeter op groen.

Waarom we betalen apart zetten

Betaalverkeer krijgt op onze terreinen een eigen netwerknaam in een eigen VLAN, met eigen kanalen en voorrang boven ander verkeer. Publiek komt daar niet op, crew ook niet.

Dat is dezelfde gedachte als bij gasten-WiFi in de horeca: het gaat niet alleen om beveiliging, maar om te voorkomen dat de ene groep de andere in de weg zit. Op een evenement is dat verschil zichtbaarder dan waar ook, omdat alles binnen een paar uur tegelijk gebeurt.

Bekabeld waar het kan

Een vaste kassa aan een bar hoeft niet draadloos te zijn. Een kabel is ongevoelig voor de drukte in de lucht, en bij opbouw is hij vaak sneller getrokken dan een discussie over dekking duurt.

Draadloos gebruiken we waar het moet: mobiele verkooppunten, foodtrucks die nog verplaatsen, een kassa die pas op de dag zelf zijn plek krijgt. Dan zetten we het access point dicht bij dat punt in plaats van te hopen dat het van veertig meter verderop nog goed genoeg is.

Twee wegen naar buiten

Is er een vaste lijn op het terrein, dan is dat de hoofdroute en zetten we een mobiele verbinding als achtervang, met automatisch omschakelen. Is er geen vaste lijn, dan bouwen we het mobiele deel redundant op met apparatuur die niet aan één mast hangt.

Volledig vertrouwen op het mobiele netwerk van een vol festivalterrein is de klassieke fout: precies wanneer je pieken hebt, heeft de mast dat ook.

Wat we op locatie doen

Bij opbouw scannen we welke kanalen al bezet zijn — op een terrein met meerdere leveranciers is dat elk jaar anders. We houden het zendvermogen laag zodat punten elkaar niet overschreeuwen, en we testen op de plek van de kassa in plaats van bij de techniekwagen.

Tijdens het evenement kijken we mee: hoeveel apparaten er hangen, waar het druk wordt en of er ergens verlies optreedt. Ingrijpen tijdens de opbouw kost tien minuten, ingrijpen om elf uur 's avonds met publiek eronder is een heel ander verhaal. Meer over die werkwijze staat bij netwerken voor evenementen.

Wat wij van de organisator nodig hebben

Een plattegrond met de barren, kassa's en verkooppunten, het aantal betaalapparaten, en of ze vast staan of meebewegen. En laat het weten als er iets bijkomt dat wél bandbreedte vraagt: ticketscanning, een livestream, een videowall of een productiekantoor dat de hele dag bestanden uitwisselt. Dat verandert het ontwerp, terwijl honderd pinapparaten dat niet doen.

Veelgestelde vragen

Wat organisatoren ons vragen

Hoeveel megabit heb ik nodig voor twintig kassa's?

Voor het betaalverkeer zelf minder dan één megabit per seconde. De verbinding moet stabiel zijn en een korte reactietijd hebben; snelheid is voor pinnen vrijwel nooit de beperkende factor.

Kan pinnen niet gewoon over 4G of 5G?

Dat kan, en voor een klein evenement werkt het vaak prima. Op een vol terrein raakt het mobiele netwerk juist overbelast op het moment dat jij je piek hebt, dus voor grotere evenementen zetten we er altijd een tweede route naast.

Waarom mag betaalapparatuur niet op het gastennetwerk?

Omdat je dan de drukte van het publiek in je kassa krijgt, en omdat je geen enkele grip hebt op wie er nog op dat netwerk zit. Betaalverkeer hoort in een eigen netwerk met voorrang.

Wat als de verbinding tijdens het evenement toch wegvalt?

Sommige betaalterminals kunnen een beperkt aantal transacties offline verwerken; vraag bij je betaalprovider na hoe jouw apparaten zich gedragen. Aan onze kant zorgen we voor twee routes naar buiten, zodat het wegvallen van één verbinding geen stilstand betekent.

Evenement in voorbereiding?

Stuur de plattegrond en het aantal betaalpunten. Dan rekenen we voor wat er nodig is — en wat niet.